Over de zin en onzin van een gloeilampverbod

GRATIS TANKEN #4

Het gloeilampverbod

15 maart 2010

TOEN Rotterdam

Verslag Robin van den Akker

Waarom mogen er vanaf 2012, krachtens Europese regelgeving, geen traditionele gloeilampen meer worden verkocht?

Lucas Verweij en Jeroen Deckers van DpfR verbaasden zich over deze vraag en organiseerden een avondje ‘gratis tanken’. Toen Verlichting aan de Pannekoekstraat vormde een toepasselijke decor voor een gesprek tussen genodigden uit het bedrijfsleven (Philips Lighting), de academische wereld (TU Delft), de designgemeenschap (Premsela) en het 'actiewezen'(Human Lights Watch).

 

V.l.n.r. Vroom en Kuilman met een 'wonder der techniek'.

Gespreksthema

Het verbod op de gloeilamp heeft flink wat stof doen opwaaien; zeker ook onder ontwerpers, vormgevers en binnenhuisarchitecten. In de designwereld wordt de gloeilamp immers vereenzelvigd met de industriële revolutie en Philips, designklassiekers en lichtontwerpen, en het lumineuze idee. Het peertje is misschien zelfs wel het zinnebeeld van de professie.

Welke gedachtes zijn uitgewisseld?

De reacties op de kwestie lopen uiteen van een meewarig schudden van het hoofd tot georganiseerd verzet in de vorm van www.gloeilampenverbod.nl. Daarbij wordt er wel de kanttekening geplaatst dat het niet juist om te spreken over een gloeilampverbod. Het peertje wordt niet verboden maar zal, vanaf 2012, moeten voldoen aan een nieuw, strenger, energielabel voor verlichting. Maar, anders dan bij bijvoorbeeld auto’s of huizen, zal het niet mogelijk blijven om lampen te (ver)kopen die in een lagere energieklasse vallen. De facto zal de gloeilamp dan ook verdwijnen. Punt.

We vragen ons af waarom er niet wordt gekozen om energie te besparen middels een verbod op producten die het milieu veel meer belasten, of middels alternatieve methoden van energieopwekking? Complotdenkers en criticasters van het verbod wijzen op een aantal oorzaken, die te herleiden zijn, zoals zoveel wet- en regelgeving, tot de markt en de politiek. De aanschaf van een lampje is, om het in managementlingo uit te drukken, geen identiteitsvolle productkeuze. Ledverlichting kan dat wel zijn omdat het de mogelijkheid biedt om het ledlampje en de ledarmatuur samen te laten vallen. De actiegroep Human Lights Watch stelt dan ook dat het gloeilampverbod niet gaat over duurzaamheid, maar over winstgevendheid. Kort samengevat: bedrijven als Philips hebben de wetgeving door het parlement gedrukt over de as van de duurzaamheid, geruggesteund door Al Gore’s klimaatfilm, omwille van productmarketing.

Nu valt er wel het een en ander af te dingen op deze analyse. Allereerst is Philips genoodzaakt om, in een relatief kort tijdsbestek, enorm veel R&D middelen te steken in de ontwikkeling van opvolgverlichting. Daar komt nog bij dat de verkoop van gloeilampen nu wordt gedomineerd door een handvol grote spelers die zowel de vereiste technologische kennis bezitten, als een strategische positie innemen op de consumentenmarkt. En waar een gloeilap één uur brandt, daar brandt de ledlamp 25 uur. De consument zal dus minder vaak een lampje uit de schappen moeten kiezen, waardoor de merkentrouw wellicht zal afnemen. Het is dus nog maar de vraag of de verlichtingsindustrie wel zo blij is met het gloeilampverbod; laat staan dat een machtige lampenlobby, onder aanvoering van Philips, dit verbod door het Europese Parlement heeft willen (of kunnen) jagen, zoals ook wel wordt beweerd.

Is het verbod niet gewoon een sterk staaltje van symboolpolitiek van een overijverig parlement? Mischien wel - maar zo’n ecologische daad in het hart van de consumentenmarkt is op zich waardevol. Dit gezegd hebbende, is er nog één belangrijke vraag die niet is beantwoord: wat betekent het verbod op de gloeilamp voor de kwaliteit van de verlichting? Worden de lichtkwaliteiten van de gloeilamp niet gewoon geschoffeerd onder de vlag van de duurzaamheid? Voorlopig wel, zo lijkt het. Maar het ligt eveneens in de lijn der verwachting dat de kwaliteit van opvolgverlichting drastisch zal toenemen. Waar ledlampen nu nog veelal een kille, blauwachtige gloed veroorzaken, zal het verschil tussen gloeiverlichting en ledverlichting in de toekomst afnemen, en, hopelijk, zelfs verdwijnen. Want de lichtkwaliteit van de gloeilamp staat buiten kijf.

Ondertussen zouden designers er goed aan doen om niet te vervallen in een achterhoedegevecht om de gloeilamp te behouden, of verlichting – lampen en armaturen – te ontwikkelen die vasthouden aan een vormentaal van de gloeiverlichting van weleer. Het samenvallen van lichtbron en armatuur, bijvoorbeeld, zal vragen om andersoortige ontwerpen; ontwerpen die afwijken van de traditionele lampenkap of kroonluchter. Naast alle ergernis over de zoveelste vorm van regulering, of treurnis om het verdwijnen van cultuurgoed zal het gloeilampverbod vooral ook hele interessante mogelijkheden bieden voor vernieuwing en experiment.

Aanwezigen








GOUDEN HANGMAT = een rondetafelgesprek waarbij deelnemers hun visie op tafel leggen over uiteenlopende onderwerpen; met directe of indirecte relatie met design. Perspectieven uit verschillende werelden ontmoeten elkaar: designers, industriƫlen, wetenschappers, politici, etc. 'Gratis Tanken' is een vrije gedachtewisseling, waaruit aanbevelingen voortvloeien aan decisions makers.


#7: Soc. ondernemen / nov. '17
#6: Internet als kans / mei '17
#5: Design Climate / sept. '11
#4: Gloeilampverbod / mrt. '10
#3: 'Stalen Robbie' / mrt. '10
#2: R'dam Designprijs / okt. '09
#1: Scheepsbouw / okt.'08